SPOORGEZIN

180 JAAR SPOORERVARING

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

‘WE KOMEN GEEN VAN ALLEN UIT EEN SPOORFAMILIE’
BAS KUPERUS: ‘NS IS EEN SCHITTEREND BEDRIJF EN EEN PILAAR ONDER DE MAATSCHAPPIJ’

Gezamenlijk 180 jaar spoorervaring binnen één generatie. Dat is bijna evenveel als het spoor in Nederland oud is. Bijeengesprokkeld door drie zusters Kerpentier en twee van hun partners. En dan tellen we de spoorjaren van hun oudste zus niet eens mee, want die heeft het spoor verlaten voor een carrière elders.

Het is een bekend verschijnsel: de spoorfamilie. Grootvader en zelfs overgrootvader zaten al ‘aan het spoor’, en later volgden – bijna als vanzelfsprekend – eveneens vader of moeder en straks misschien ook nog wel een kleinkind. Het spoor zit deze families in het bloed. Maar er zijn ook spoorgezinnen: families waarvan diverse broers en/of zussen uit één en hetzelfde gezin bij het spoor werken. Zoals de drie gezusters Kerpentier en twee van hun partners.

EVEN VOORSTELLEN

Yvonne is de oudste van de drie zussen Kerpentier bij het spoor. Ze is teammanager Hc’s in Arnhem. Daarna komen de tweelingzussen Andrea (HR-adviseur Regio Oost) en Janet (teammanager Hc’s in Haarlem). Janet is getrouwd met machinist en voorzitter van de centrale ondernemingsraad van NS, Bas Kuperus; Yvonne heeft een relatie met Teammanager Mcn in Nijmegen, Erik van Wagensveld. Om het verhaal compleet te maken: ze zijn allemaal lid van FNV Spoor.

‘Ik had nooit gedacht bij het spoor terecht te komen’, vertelt Yvonne. ‘Ik kom ook helemaal niet uit een spoorfamilie. Onze oudste zus Bea is ooit als eerste van ons gezin bij het spoor begonnen, maar heeft daar maar kort gewerkt. En ook twee neven van mij hebben bij het spoor gewerkt. Waarom ik dan toch, net als Andrea en Janet, bij het spoor kwam? Ik werkte destijds als tandartsassistente en was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Wat ik wel zeker wist was dat in een andere baan het contact met mensen voor mij belangrijk was om plezier in mijn werk te kunnen hebben. Een patiënte maakte mij enthousiast voor de functie van hoofdconducteur. Op 1 juli 1992 ben ik in Utrecht gestart met de opleiding. Na negen jaar heb ik de overstap gemaakt naar dienstindeler en sinds de afronding van mijn studie Personeelsmanagement – met dank aan NS – ben ik met veel plezier werkzaam als manager.’

VIA DE KLAVERJASCLUB

Iets soortgelijks geldt ook voor haar zwager Bas Kuperus, echtgenoot van zus Janet. ‘Ik was taxichauffeur en zat op een klaverclub met twee NS’ers. Die vroegen: “Waarom kom jij ook niet bij spoor werken?”. Zo ben ik na een open sollicitatie machinist geworden. En heb ik mijn vrouw bij NS ontmoet.’

In een dergelijk spoorgezin ligt het gevaar op de loer dat op familiebijeenkomsten het spoor hoofdbestanddeel van de gesprekken wordt. ‘De centrale ontmoetingsplek is bij mijn moeder’, vertelt Yvonne. ‘Maar we houden spoor en privé gescheiden. Daar zorgt mijn moeder wel voor. Als we het te veel over het werk hebben, dan tikt zij ons op de vingers. Maar natuurlijk hebben we het er soms wel over. Bijvoorbeeld om ervaringen uit te wisselen.’

ALLEMAAL VAKBONDSLID

Wat de band alleen maar versterkt: ze zijn allemaal lid van FNV Spoor. ‘Dat hebben we al evenmin van huis uit meegekregen’, aldus Yvonne. ‘Ik weet niet eens of mijn vader vakbondslid was. Mijn moeder wel. Die heeft jarenlang voor de FNV in de ondernemingsraad van de thuiszorg gezeten. Onze ouders stemden vroeger PvdA en aan ons werd bijgebracht dat dat de partij was waarop we moesten stemmen. Toen ik bij het spoor begon ben ik vakbondslid geworden omdat ik het zelf belangrijk vond. Vanwege mijn PvdA-achtergrond van huis uit is dat de FNV geworden.’ ‘NS is een schitterend bedrijf’, vindt Bas. ‘Onmisbaar om Nederland bereikbaar te houden’ en daarmee ‘een pilaar onder de maatschappij. Ik heb ruim 19.000 collega’s en overal in het land waar rails liggen en stations staan denk ik: dit is mijn werk.’

Maar “zijn” NS is wel in beweging, en daarmee ook zijn werk. ‘In 2019 hebben we het beste jaar ooit gedraaid. Daarna kwam corona en zijn we naar achteren geworpen. Wat we sindsdien hebben verloren moeten we nu weer opbouwen. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.’

Bas en Yvonne denken identiek over hoe dit laatste dient te gebeuren. Met behulp van de vakbond en in de medezeggenschap. Bas dus in de ondernemingsraad en van daaruit ook in de centrale ondernemingsraad, en Yvonne in de onderdeelscommissie Regio Oost. ‘Ik vind het belangrijk dat ook het management in de medezeggenschap is vertegenwoordigd’, zegt ze. ‘Als manager ben je daar van toegevoegde waarde. Je kunt de veronderstelde tegenstellingen wegnemen en zaken uitleggen zoals jij je ziet. Dat bevordert de samenwerking en zorgt voor wederzijds begrip.’

YVONNE KERPENTIER: ‘ALS WE TE VEEL OVER HET SPOOR PRATEN, TIKT MIJN MOEDER ONS OP DE VINGERS’

Deel deze pagina