DE SAMENLEVING

WERKEN OP DE ANDERHALVE METER

Tekst Kees Bals Beeld XF&M

Het ‘nieuwe normaal’ lijkt in veel op het oude: de zwaksten krijgen de zwaarste klappen te verwerken. Hoe staat het ervoor met werk in de anderhalve-meter-economie? Staat onze baan op de tocht? Kunnen we veilig naar kantoor? Voor sommigen is het balanceren, maar een ander werkt eindelijk die stapel papier weg.

Nederland leek moe, aan het begin van deze zomer. Niet vreemd natuurlijk. Een dodelijk virus waart rond. We zagen mensen uit onze omgeving ernstig ziek worden, soms zelfs overlijden. We zijn sociale dieren, maar moeten afstand van elkaar houden. We verloren ons werk, of we vrezen daarvoor. Of we moeten op een andere manier werken, andere manieren van samenwerken ontdekken. Allemaal zaken die veel emoties oproepen, en veel energie kunnen kosten.

Nu de coronacrisis in Nederland in hevigheid is afgenomen, is het tijd om de economische en sociale gevolgen van de lockdown te overzien. In juni waren er 404.000 werklozen, dat is 47 procent meer dan in februari. De slachtoffers op de arbeidsmarkt zijn vooral de ‘usual suspects’: jongeren, mensen met een arbeidsbeperking, mensen met een migratieachtergrond, lager opgeleiden, ouderen. Het gaat om mensen die vaak in tijdelijk verband werken in kwetsbare sectoren. Daartoe behoort ook de fors gegroeide schare aan flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel. Neem bijvoorbeeld de zelfstandige taxichauffeurs. Bijna driekwart van hen stopte met rijden, en wie wel de weg op ging, zag zijn maandomzet nagenoeg verdampen, zo stelde FNV Taxi vast.

INZETTEN OP MEER PERSPECTIEF

De klappen vielen vooral daar waar de deuren dicht moesten of waar klanten wegbleven: horeca, cultuur, detailhandel, sport en recreatie. Maar ook in de luchtvaart, het openbaar vervoer en de sierteelt. De bouw verwacht op termijn een fors banenverlies. Zakaria Boufangacha, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid FNV, waarschuwt dat je geen economisch herstel krijgt door de werknemers de rekening te laten betalen. ‘In de komende cao-onderhandelingen gaan we dan ook inzetten op afspraken die bijdragen aan meer perspectief op zekerheid en een eerlijk inkomen.’

DOODOP VAN DE CRISIS

Ondertussen zoekt iedereen die wel kan werken naar hoe je dat op een goede manier doet. In veel sectoren waar mensen op hun werkplek moeten zijn, onderzocht de FNV of dat voldoende veilig kan. In onder meer de technische groothandel, transport en logistiek, de pluimveesector en bij Rijkswaterstaat vinden werknemers dat vooral de anderhalve meter afstand niet altijd voldoende is geregeld. Bij de kippenslachterijen bleken werknemers in volle busjes, zelfs een keer met dertien uitzendkrachten, naar het werk te komen. In de zorgsector zijn velen doodop van de coronacrisis: meer dan de helft van de medewerkers daar voelt zich lichamelijk en/of geestelijk uitgeput.


404.000 mensen waren eind juni werkloos, 74.000 meer dan in mei. (Bron: CBS)



30.500 werknemers tussen 15 en 25 jaar ontvingen eind juni een WW-uitkering. In februari waren dit er nog 10.800. (Bron: UWV)


2 miljoen mensen krijgen of kregen een inkomen via de TOZO of de tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten.


‘WAT MOET IK DAN ZEGGEN?’

Natasja Waasdorp

Hoofdconducteur bij de NS


‘We moeten nu zorgen voor een veilig vertrek van de trein maar mogen zelf bepalen of we service lopen en controleren. Ik wil mijn werk doen zoals ik het gewend ben, maar nu voelt dat niet veilig genoeg omdat ik het te druk vind in de trein. Dat is op zich niet erg. De reizigers betalen mijn boterham. Maar moet ik als een kleuterjuf zeggen dat ze een mondkapje moeten dragen, of dat ze bij het in- en uitstappen afstand van elkaar moeten houden? Als ik optreed, zet ik mijn eigen veiligheid op het spel. We werken veilig, of we werken niet, is het motto.’

‘Dat gedrag van de reizigers irriteert me, mijn collega’s ergeren zich er ook aan. Mensen die hele maaltijden zitten te eten en zeggen dat ze daarom geen mondkapje op hoeven. Wat moet ik dan antwoorden? Het is de verantwoordelijkheid van de reizigers zelf, stelt de NS, ze moeten elkaar erop aanspreken. Maar ik vind het wel verontrustend. Het is mijn trein, waar ze in zitten, ik voel me verantwoordelijk voor de goedwillende reizigers die in de meerderheid zijn.’

‘Ik houd mijn hart vast voor als straks ook studenten en scholieren weer gaan reizen. Ik denk dat het megadruk wordt. Ik hoop dat iedereen zich aan de maatregelen houdt, maar dat mensen een trein laten passeren wanneer die al vol is, dat gaat niet gebeuren. Ik heb tot nu toe één keer meegemaakt dat een trein bomvol zat. Wij verzochten mensen uit te stappen, maar dat deden ze niet. Ze vonden het blijkbaar allemaal best. Ik heb de trein laten staan, de hulp ingeroepen van de collega’s van Veiligheid en Service en pas toen we hadden omgeroepen dat de trein niet verder zou rijden, kwamen ze eruit.’

‘Dat de NS aankondigde dat er, vanwege de terugloop aan reizigers, 2.300 banen moeten verdwijnen, was wel schrikken. Ik ben niet direct bang voor mijn eigen baan: ik heb een vast contract en ben dertien jaar in dienst. Maar we hebben nu al een personeelstekort: soms zit je alleen op een trein waar je eigenlijk met zijn tweeën of drieën moet zijn. Dat kan alleen maar erger worden. Het voelt alsof de rekening bij het personeel wordt gelegd.’

‘FINANCIEEL IS HET BALANCEREN’

Joris van Dijk

Student aan de Universiteit van Amsterdam, werkte in de horeca


‘Toen de Foodhallen in Amsterdam-West sloten, werkte ik er nog maar kort. Het is een groot complex, waar veel toeristen op afkomen. Bezoekers kunnen eten halen bij de verschillende kramen. Ik stond achter de bar; we hadden een leuk team. Door de coronacrisis hebben ze veel mensen moeten laten gaan. In eerste instantie werden we doorbetaald. Heel netjes. Zo’n 70 tot 80 procent van het gemiddeld aantal uren dat je werkte. Maar dat was natuurlijk niet vol te houden. De meeste van mijn collega’s hadden een tijdelijk contract. Ik zat in een proeffase, had een nul-urencontract voor drie maanden. Dat werd niet verlengd, logisch.’

‘De enige mogelijkheid die studenten kregen was het afsluiten van een extra studielening. Dat heb ik niet gedaan om mijn schuld niet op te laten lopen. Financieel is het nu balanceren. Ik heb net genoeg geld voor huur en eten. Leuke dingen kan ik niet meer betalen.’

‘Na de lockdown ben ik weer op zoek gegaan naar werk, maar dat is lastig te vinden. Veel bedrijven wachten af, er is nog veel onduidelijk, te veel onzeker. De zomer is lang zonder werk. Maar ik heb vertrouwen dat het goed komt.’


1/3 van de huishoudens verwacht de komende tijd moeilijk rond te komen. (Bron: Nibud)


25 procent van de jongeren had meer moeite om een vakantiebaan te vinden dan in 2019. (Bron: enquête FNV Young & United)



3/4 van de oproepkrachten heeft dit voorjaar zijn werk verloren. Ongeveer de helft van hen heeft geen financieel vangnet zoals WW of Bijstand. (Bron: FNV Flex)


54,8 procent van de zorgwerknemers voelde zich afgelopen voorjaar niet of onvoldoende beschermd. (Bron: enquête FNV Zorg en Welzijn)


‘IK KON ACHTERSTALLIG WERK INHALEN’

Ruth Richardson

Projectondersteuner-medewerker Duurzaamheid bij het Hoogheemraadschap van Rijnland (Leiden)


‘Kort nadat het kabinet de lockdown aankondigde, kregen we een mail van de directie dat we alleen nog vanuit huis zouden werken. Ik werkte al op vrijdagen thuis en had er daardoor geen moeite mee. Ik kan me thuis goed concentreren en kon daardoor zelfs achterstallige werkzaamheden wegwerken. Het gaat me goed af. Sommige collega’s moesten een ruimte in huis inrichten als kantoortje. Als je een tweede scherm nodig had of een betere bureaustoel kon je die krijgen. En als je een gezin hebt, moet je onderling afspraken maken, zodat je rustig kunt werken. Teamoverleg doen we via Google Meet. Het gaat allemaal wat zakelijker, strakker, structureler dan een vergadering op kantoor. Mij bevalt het heel goed.’

‘Ons kantoor, waar anders zo’n 750 mensen werken, ging eerst open voor maximaal vijftig mensen, vervolgens honderd en eind juli voor honderdvijftig mensen. Het team Waterketen, waar ik deel vanuit maak, kan op donderdag naar kantoor als de medewerkers dat willen. Ik hoor van collega’s dat ze voorzichtig zijn zolang er nog geen vaccin is. Forensen nemen liever nog niet de trein. Zelf ben ik nog niet op kantoor geweest, maar ik heb begrepen dat alles is ingericht op anderhalve meter afstand: de flexplekken, speciale looproutes, het bedrijfsrestaurant. Een schoonmaakploeg reinigt tussen de middag en op het eind van de dag de werkplekken.’

‘Onze directie geeft aan dat we waarschijnlijk blijven thuiswerken, ook op de langere termijn. In dat geval vind ik dat er wel een speciale regeling moet komen, zodat je een fatsoenlijke werkplek kunt creëren met goede apparatuur. En een thuiswerkvergoeding voor de extra kosten die je maakt voor elektriciteit, verwarming, enzovoorts. Eigenlijk net zoals je nu reiskostenvergoeding hebt.’

‘Van oudere collega’s hoor ik dat ze meer moeite hebben met thuiswerken. Ze vinden het digitaal vergaderen lastig, missen het directe contact met collega’s. Sommigen overwegen om maar vervroegd met pensioen te gaan.’

Deel deze pagina