ROVER

‘WE GAAN VOOR GROEI’

Tekst Ronald de Kreij Beeld Tim Boric, Jan Lankveld, Shutterstock

‘IK GA VOOR DE MENSELIJKE MAAT OP DE PERRONS EN IN DE TREINEN’

Freek Bos, directeur van reizigersvereniging Rover, en FNV Spoor-bestuurder Henri Janssen treffen elkaar regelmatig tijdens de uitvoering van hun werk. Maar ze doen nauwelijks dingen samen. Zijn hun belangen zó tegengesteld? Helemaal niet, blijkt uit een tweegesprek.

Vereniging Rover is er voor de reizigers in het openbaar vervoer; de vakbonden FNV Spoor en FNV Streekvervoer zijn er voor de medewerkers. Dat is een verschil. Zijn er ook overeenkomsten? Of, om de woorden van FNV Spoor-bestuurder Henri Janssen te gebruiken, wat is de gemene deler? Hoe kunnen de reizigersvereniging en de vakbeweging elkaar versterken? Met deze vragen als uitgangspunt nodigde Janssen Rover-directeur Freek Bos uit voor een coronaproof gesprek op afstand. Goed idee, reageerde deze laatste. ‘We streven dezelfde doelen na: meer en beter openbaar vervoer, meer reizigers, en dus ook meer en betere werkgelegenheid. Maar we doen weinig samen. Dat zouden we wél moeten doen, en vaker. Samen offensieve plannen bedenken en die gezamenlijk presenteren. Daarmee heb je gelijk ook meer draagvlak.’ Duidelijk. Het zaadje voor succesvol samen optrekken is geplant. Nu de nadere invulling nog.

Henri Janssen (FNV Spoor): ‘Ik kan me niets voorstellen bij een NS als prijsvechter’

PRIMAIRE REACTIE

‘Laten we beginnen met de actualiteit’, stelt Janssen voor. ‘Corona. De primaire reactie van de ov-bedrijven op het fors teruggelopen reizigersaantal is bezuinigen en krimpen. Snijden in de dienstregelingen en de werknemersbestanden. Wij vinden dat een verkeerde keuze. Het gaat ten koste van de kwaliteit van het vervoer en de sociale veiligheid van de reizigers én de medewerkers. Een professor van de TU Delft verklaarde onlangs dat de tijd dat mensen weer meer gaan reizen zeker terug komt. Dan moet het openbaar vervoer wel op orde zijn, want anders kiezen de mensen voor de auto.’ ‘Helemaal mee eens’, reageert Bos. ‘Deze crisis is hét moment om te onderzoeken hoe we juist meer mensen in trein en bus kunnen krijgen. Wat is daarvoor nodig? Aangepaste abonnementsvormen? Een aantrekkelijker product in de daluren? We moeten serieus kijken naar dit soort vragen. Want het staat vast dat er zeker nog ruimte is voor meer reizigers. Het aandeel van het ov in alle verplaatsingen in Nederland is maar zo’n 11 of 12 procent. Dat is ongelooflijk laag. En we weten ook dat wanneer je het openbaar vervoer aanbiedt als een werkelijk goed alternatief, er vanzelf groei ontstaat. Dat is een kwestie van de juiste keuzes maken. Maar Nederland heeft alleen de keuze voor de auto gemaakt.’ ‘Als we dan toch moeten kiezen’, zegt Janssen, ‘dan kies ik niet voor alleen de grote groep forensen maar ook voor de man of vrouw die slecht ter been is en de trein in en uit geholpen moet worden. Ik ga voor de menselijke maat op de perrons en in de treinen. Maar door de aanbestedingen en het streven naar steeds goedkoper sneuvelen de servicefuncties als eerste.’

KLANTWAARDERING

Bos: ‘Rover is niet per se voorstander van aanbestedingen. Maar ook geen tegenstander. Wij denken net als de reiziger: het maakt niet uit wie een ov-dienst aanbiedt, zolang het maar kwalitatief goed gebeurt. En dat is het geval. Onderzoek wijst uit dat de klantwaardering in met name het stads- en streekvervoer nog nooit zo hoog is geweest.’ Janssen: ‘Maar je kunt niet volhouden dat de marktwerking tot op heden alleen maar goed heeft uitgepakt.’ Bos: ‘Er zijn inderdaad grensgevallen waar de reiziger last van heeft. Daar is het aan de opdrachtgever – de provincie – om er iets aan te doen. Sommige provincies doen dat goed, andere niet.’ Janssen: ‘De FNV beschouwt het openbaar vervoer als een nutsfunctie. Iets wat altijd voor de burgers beschikbaar moet zijn. Veilig en betrouwbaar. Daarom kan ik me niets voorstellen bij een NS als prijsvechter. Ik vind dat mijn dochter ’s avonds veilig met de trein moet kunnen reizen. Ik wil niet dat ze moet gaan fietsen, omdat geen enkele vervoerder in een crisis – zoals nu bijvoorbeeld gebeurt met de Valleilijn – nog inschrijft op een concessie, omdat er geen winst meer valt te boeken.’ Bos: ‘Ik geloof niet dat het ooit zo ver komt dat er geen trein meer rijdt wegens gebrek aan interesse. Dat bedrijven in de huidige omstandigheden een pas op de plaats maken, is wel te begrijpen. Om daar een mouw aan te passen heeft de provincie de Valleilijn nu omgezet in een noodconcessie. Ik weet niet hoe dat precies is ingevuld, maar het vervoer wordt in ieder geval nog steeds verzorgd. Dat is het belangrijkste.’

Freek Bos (Rover): ‘Je inkomen vergroten is eveneens een vorm van transitie’

INKOMEN VERGROTEN

Het gesprek komt op de 93 procent vergoeding die de vervoerders van de overheid krijgen voor het opvangen van de verliezen die zijn opgelopen tijdens de coronacrisis. ‘Veel te weinig’, vindt Janssen. ‘Een overheid die een sector als vitaal bestempelt, moet die sector 100 procent steunen. Niet 93 procent.’ ‘Die 93 procent is meer dan niets’, reageert Bos. ‘Ik bedoel, ik vind dit niet heel erg, omdat in een crisis ieder zijn steentje moet bijdragen. Maar er moet nu wel heel snel een alternatief worden gevonden.’ ‘Hoe bedoel je dat precies?’, vraagt Janssen. ‘Nou’, zegt Bos, ‘dat het zogenoemde transitieplan van NS wat mij betreft niet per definitie uit krimp zou moeten bestaan. Je inkomen vergroten is eveneens een vorm van transitie. Dat zou dus ook een optie kunnen zijn.’ ‘Zo kijken we hier ook tegenaan’, aldus Janssen. ‘Zoals ik al zei: het ov moet er wel staan als de burger straks weer meer gaat reizen. Dat lukt niet als er alleen wordt gekeken naar de kosten. Ook moet worden meegewogen wat het openbaar vervoer oplevert. Bijvoorbeeld in maatschappelijk opzicht. Zorgmedewerkers die met het ov naar hun werk reizen. Iedereen eigenlijk die naar werk of studie reist. En natuurlijk niet te vergeten de oma’s en opa’s die naar hun kleinkinderen reizen of met hen naar een pretpark willen. Dat alles heeft ook een waarde.’ ‘Vergeet de positieve effecten van het reizen met het ov voor het milieu niet’, voegt Bos toe. ‘Daarom gaan wij voor groei. Ook door letterlijk uitbreiding van het openbaar vervoer. Het kabinet wil hiervoor tot 2030 geen extra geld beschikbaar stellen. Dus hebben wij een alternatief plan opgesteld. Met heffingen op luchtvaartickets, op de grondexploitatie voor nieuwbouwhuizen en nog zo wat zaken kunnen we zes miljard euro per jaar bijeen sprokkelen voor meer spoor, treinen en bussen.’ ‘Goed plan’, oordeelt Janssen. ‘Wij zijn voor en doen mee.’ ‘Mooi’, besluit Bos. ‘Want hier hebben we iedereen bij nodig. Laten we samen kijken hoe we dit en meer voor elkaar kunnen boksen. Zodat we één geluid kunnen laten horen.’

‘WE KUNNEN ZES MILJARD EURO PER JAAR BIJEEN-SPROKKELEN VOOR MEER SPOOR, TREINEN EN BUSSEN’

Deel deze pagina